ECLI:NL:CRVB:2010:BK8883
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAZ-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing en juiste maatmanloonbepaling
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAZ-uitkering in te trekken en stelde dat de medische beoordeling onvoldoende rekening hield met zijn energetische beperkingen, zoals vastgesteld in een neuropsychologisch rapport. Tevens voerde hij aan dat de bepaling van het maatmanloon onjuist was omdat niet was gecorrigeerd voor fiscale afschrijvingen en dat zijn inkomsten na het intreden van arbeidsongeschiktheid waren gestegen.
De rechtbank vernietigde het UWV-besluit vanwege een onvoldoende onderbouwing van de geschiktheid van functies waarop de schatting was gebaseerd, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. In hoger beroep oordeelde de Raad dat de medische tekorten uit het neuropsychologisch onderzoek pas betekenis kunnen krijgen indien deze in een medisch-specialistisch rapport zijn herleid naar vastgestelde stoornissen, wat ontbrak. De Raad bevestigde dat het UWV de medische situatie niet had onderschat.
Verder bevestigde de Raad dat bij de bepaling van het maatmanloon van een zelfstandige de door de fiscus aanvaarde nettowinst over de drie boekjaren voorafgaand aan arbeidsongeschiktheid als uitgangspunt dient. De omstandigheid dat appellant na arbeidsongeschiktheid meer verdiende, leidt niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het UWV-besluit maar wijst het hoger beroep af en laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand.