ECLI:NL:CRVB:2010:BK8832
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering AOW-toeslag wegens onbevoegdheid met instandhouding rechtsgevolgen
Appellant ontving een toeslag op zijn AOW-pensioen die later door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) werd herzien wegens inkomsten van zijn echtgenote. De Svb vorderde het te veel betaalde bedrag terug en legde een boete op. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar dit werd door de rechtbank afgewezen. De Centrale Raad van Beroep vernietigde echter het eerdere vonnis en oordeelde dat het bestreden besluit niet door een bevoegde medewerker was genomen, waardoor het besluit vernietigd moest worden.
Ondanks de vernietiging van het besluit liet de Raad de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat appellant niet tijdig een voorstel had gedaan over de terugbetaling en de Svb niet gehouden was het ingehouden bedrag met terugwerkende kracht te herzien. De Raad verwierp ook het verweer dat de terugvordering geen wettelijke basis had, verwijzend naar artikel 24 van Pro de AOW.
Verder stelde de Raad vast dat de verrekening van het teruggevorderde bedrag aanvankelijk te hoog was, maar dat deze later was aangepast naar een lager bedrag. De boete werd niet betwist in hoger beroep. Tot slot veroordeelde de Raad de Svb in de proceskosten van appellant voor zowel eerste aanleg als hoger beroep en bepaalde dat het betaalde griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering en boete wordt vernietigd wegens onbevoegdheid, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.