ECLI:NL:CRVB:2009:BK8412
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- A.B.J. van der Hamen
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving sinds december 2004 bijstand als alleenstaande. Naar aanleiding van tips startte de gemeente Lelystad een onderzoek naar zijn woonsituatie, waarbij werd vastgesteld dat appellant en zijn partner N. gezamenlijk hun hoofdverblijf hadden op hetzelfde adres. De bijstand werd daarom ingetrokken en teruggevorderd over de periode 2 december 2004 tot en met 31 december 2005.
Appellant voerde aan dat hij sinds november 2004 op andere adressen woonde en slechts incidenteel op het oorspronkelijke adres verbleef. De Raad oordeelde echter dat appellant door zijn verklaringen en het onderzoek voldoende gebruik maakte van het oorspronkelijke adres om daar zijn hoofdverblijf te hebben. Het feit dat hij ook op andere adressen verbleef, was onvoldoende om dit te weerleggen.
De Raad stelde vast dat appellant een gezamenlijke huishouding voerde met N. en daarom niet als alleenstaande bijstandsgerechtigde kon worden beschouwd. Door dit niet te melden had appellant zijn inlichtingenplicht geschonden. De intrekking en terugvordering van de bijstand waren daarom terecht en in overeenstemming met de wet en het beleid van het College. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en schending van de inlichtingenplicht.