ECLI:NL:CRVB:2009:BK8331
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling reikwijdte bezwaar en toekenning loongerelateerde WGA-uitkering
Appellante, werkzaam als bloembindster, meldde zich op 1 december 2004 arbeidsongeschikt en vroeg een uitkering aan op grond van de Wet WIA. Het UWV stelde op 5 december 2006 twee besluiten vast: een loongerelateerde WGA-uitkering (primaire besluit 1) en een re-integratievisie (primaire besluit 2). Appellante maakte bezwaar tegen het primaire besluit 2, maar voerde ook inhoudelijke gronden aan tegen het primaire besluit 1.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar zich richtte op het primaire besluit 2 en dat appellante geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid tot een hoorzitting, waardoor het UWV terecht artikel 113 Wet Pro WIA toepaste en afzag van een hoorzitting. In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het bezwaar zich niet uitsluitend tegen het primaire besluit 1 richtte.
De Raad stelde vast dat de verklaringen van appellante en de rapporten van medisch en arbeidskundig onderzoek niet onomstotelijk maken dat het bezwaar alleen tegen het primaire besluit 1 kon worden geacht. Ook het beroep op een eerdere uitspraak van de Raad werd verworpen omdat de situatie niet vergelijkbaar was. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.