ECLI:NL:CRVB:2009:BK8191
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit na herziening arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Haarlem inzake de intrekking en herziening van zijn WAO-uitkering. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard tegen het besluit van het UWV tot intrekking van de uitkering per januari 2007, en tegen een later besluit van april 2008.
De Raad stelt vast dat voldoende medische informatie beschikbaar is om een verantwoord oordeel te geven over de gezondheidstoestand van appellant. De eigen medische opvattingen van appellant worden niet gevolgd vanwege gebrek aan onderbouwing. Ook de arbeidskundige beoordeling, inclusief het maatmaninkomen en de passendheid van de geselecteerde functies, wordt door de Raad bevestigd.
De functies graafmachinebestuurder, wikkelaar en productiemedewerker industrie worden als passend en actueel beschouwd. De Raad oordeelt dat appellant op medische gronden in staat is deze functies te vervullen per 7 mei 2008. Het beroep tegen het besluit van 9 april 2008 wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken worden bevestigd.
Verzoeken om schadevergoeding worden afgewezen en er is geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 december 2009.
Uitkomst: Het beroep tegen het herzieningsbesluit van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken bevestigd.