ECLI:NL:CRVB:2009:BK8188
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks appellant’s bezwaar over overschatting beperkingen
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering, die was verlaagd van 80-100% naar uiteindelijk 15-25% arbeidsongeschiktheid. Hij stelde dat zijn functionele beperkingen waren overschat en dat hij meer arbeidsongeschikt was dan het UWV aannam.
De Raad liet een deskundige, psychiater prof. dr. D. Linszen, een aanvullend rapport opstellen, waarin de medische situatie van appellant werd bevestigd, met nadruk op ernstige persoonlijkheidspathologie, zwakbegaafdheid en een doorgemaakte psychotische episode. De medische beoordeling werd door partijen niet betwist.
Het geschil spitste zich toe op de arbeidskundige beoordeling van de functionele mogelijkhedenlijst (FML). De bezwaararbeidsdeskundige S. Groeneveld motiveerde waarom de geselecteerde functies binnen de belastbaarheid van appellant passen. De Raad onderschreef het standpunt van het UWV en bevestigde het bestreden besluit.
De Raad zag geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en wees het hoger beroep af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 december 2009.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd met een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.