ECLI:NL:CRVB:2009:BK7591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- E.F.
- A.E. van Rooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaalde WAO- en WAZ-uitkeringen zonder dringende reden
Appellant, een voormalig P&O-functionaris en zelfstandig adviseur, ontving WAO- en WAZ-uitkeringen over het jaar 2001. Het UWV ontdekte dat deze uitkeringen onverschuldigd waren betaald vanwege fiscale winst die appellant had aangegeven, en vorderde daarom €10.667,08 terug.
Appellant voerde aan dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien, zoals het overlijden van zijn echtgenote, zijn verslechterde gezondheid, financiële problemen en fouten van het UWV. De rechtbank oordeelde echter dat deze omstandigheden geen onaanvaardbare gevolgen opleverden en verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad stelt vast dat ten tijde van het bestreden besluit geen dringende redenen aanwezig waren en dat latere omstandigheden door het UWV in het invorderingstraject beoordeeld moeten worden. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onverschuldigd betaalde WAO- en WAZ-uitkeringen wegens het ontbreken van dringende redenen.