ECLI:NL:CRVB:2009:BK7048
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofsen
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting over bankrekening en autobezit
Appellante ontving bijstand sinds 1977 en werd in het kader van een rechtmatigheidsonderzoek geconfronteerd met het niet melden van een bankrekening en autobezit aan de Dienst Werk en Inkomen (DWI). Uit onderzoek bleek dat aanzienlijke bedragen contant op haar bankrekening werden gestort, zonder dat zij dit aan het College had gemeld, wat leidde tot intrekking van haar bijstand over de periode van 24 maart 1999 tot en met 28 april 2006.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante haar inlichtingenplicht heeft geschonden over de periode 24 maart 1999 tot en met 31 mei 2005, waardoor het College terecht de bijstand over die periode heeft ingetrokken. De Raad laat de vermeende onrechtmatigheid van het huisbezoek en de informatieverstrekking door de RDW buiten beschouwing, omdat de schriftelijke verklaring van appellante hierover losstaat van deze feiten.
Voor de periode van 1 juni 2005 tot en met 28 april 2006 kon de Raad geen aanwijzingen vinden dat appellante beschikte over andere middelen, zodat het College niet bevoegd was de bijstand over deze periode in te trekken. De rechtbank had dit niet onderkend, waardoor de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het besluit van het College over deze periode wordt herroepen.
Daarnaast veroordeelt de Raad het College tot vergoeding van de proceskosten van appellante en wijst het verzoek om schadevergoeding wegens het huisbezoek af. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 15 december 2009.
Uitkomst: Intrekking bijstand bevestigd voor 1999-2005, vernietigd en herroepen voor 2005-2006, College veroordeeld in proceskosten.