ECLI:NL:CRVB:2009:BK7009
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen geruime tijd bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van signalen over niet gemelde bankrekeningen bij de Demir Halk Bank en Fortis Bank, stelde het College een onderzoek in. Op basis hiervan werd de bijstand over de periode 1999 tot 2005 herzien en teruggevorderd vanwege het niet melden van bankrekeningen en de gestorte bedragen daarop.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten tegen de besluiten van het College ongegrond, stellende dat zij de inlichtingenverplichting hadden geschonden door het verzwijgen van bankrekeningen en kasstortingen. Appellanten gingen hiertegen in hoger beroep, maar de Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij niet over de tegoeden konden beschikken.
De Raad benadrukte dat het feit dat later opnieuw bijstand werd verleend, hieraan niets afdeed. Gezien de naamgeving van de rekeningen en de periodieke heronderzoeken had het appellanten duidelijk moeten zijn dat zij melding moesten maken van deze bankrekeningen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.