ECLI:NL:CRVB:2009:BK6573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand ondanks garantietoeslag en verjaring
Appellante ontving bijstand van november 2000 tot en met december 2002, deels aanvullend op een Ziektewet- en WAO-uitkering. Na correctie van het UWV werd de WAO-uitkering ingetrokken en vervangen door een Wajong-uitkering met garantietoeslag, die later met terugwerkende kracht werd toegekend.
Het College trok de bijstand in vanaf januari 2003 en besloot later tot terugvordering van bijstandskosten over twee periodes: november 2000-april 2001 wegens onvoldoende verrekening van ziekengeld, en oktober 2001-december 2002 wegens de garantietoeslag. Appellante betwistte de terugvordering onder meer op grond van verjaring en onduidelijkheid over de berekening.
De Raad oordeelt dat het College bevoegd was tot terugvordering op grond van de WWB, dat de verjaringstermijnen niet waren verstreken bij het besluit, en dat de berekening van het terug te vorderen bedrag uiteindelijk duidelijk werd gemaakt tijdens de zitting. Ook was er geen sprake van benadeling door tijdsverloop of gerechtvaardigde verwachtingen dat niet zou worden teruggevorderd.
De Raad wijst het beroep van appellante af en bevestigt het bestreden vonnis, maar veroordeelt het College tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstandskosten en veroordeelt het College tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.