ECLI:NL:CRVB:2009:BK6515
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering en terugvordering wegens inkomsten uit vennootschappen
Appellant, voormalig deurwaarder die door een dienstongeval arbeidsongeschikt raakte, ontving een WAO-uitkering die later werd herzien en ingetrokken vanwege inkomsten uit zijn vennootschappen. Het Uwv rekende niet alleen het loon, maar ook de winst en tantièmes toe aan appellant als inkomen uit arbeid. Appellant stelde dat hij op grond van een afspraak uit 1976 mocht vertrouwen dat zijn neveninkomsten niet zouden worden gekort op zijn uitkering, en betwistte de wijze van inkomensvaststelling.
De Raad oordeelde dat de brief uit 1976 niet afkomstig was van een bevoegd orgaan en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij redelijkerwijs mocht vertrouwen op een onbevoegde toezegging. Ook werd overwogen dat een wijziging van wet- en regelgeving niet bindend is voor opvolgende instanties. De Raad vond de wijze van inkomensvaststelling door het Uwv juist, waarbij winst en tantièmes als arbeidsinkomen werden beschouwd.
De terugvordering van onverschuldigde uitkeringen werd bevestigd, omdat appellant onvoldoende had aangetoond dat sprake was van dringende redenen om hierop af te zien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering en de terugvordering van onverschuldigde betalingen aan appellant.