ECLI:NL:CRVB:2009:BK6367
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering WAJONG-uitkering en verhoging WAO-uitkering wegens hulpbehoevendheid
Appellante, sinds 1 augustus 1990 arbeidsongeschikt verklaard op grond van de WAO, verzocht in 2006 om een Wajong-uitkering en verhoging van haar WAO-uitkering wegens hulpbehoevendheid. Het UWV wees beide aanvragen af. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, waarbij het oordeel was dat appellante niet voldeed aan de criteria voor hulpbehoevendheid en dat de ingangsdatum van de Wajong-uitkering terecht was vastgesteld.
In hoger beroep stelde appellante dat het UWV onvoldoende had getoetst aan de relevante regelgeving en dat zij wel degelijk aanspraak kon maken op een Wajong-uitkering. De Raad overwoog dat aanspraken beoordeeld moeten worden naar de regelgeving die gold op het tijdvak waarop de aanspraak betrekking heeft, in dit geval de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en niet de Wajong.
De medische en arbeidskundige beoordelingen toonden aan dat appellante per haar 18e verjaardag niet volledig arbeidsongeschikt was en dat de functies die haar werden toegedicht passend waren. De Raad oordeelde dat het UWV terecht de uitkering had geweigerd, maar dat de rechtbank het Wajong-besluit onjuist had getoetst omdat het niet rekening hield met de AAW. Daarom vernietigde de Raad het vonnis voor het Wajong-besluit en verklaarde het beroep ongegrond. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het Wajong-besluit wordt ongegrond verklaard, het beroep tegen het WAO-besluit wordt bevestigd, en het UWV wordt veroordeeld in proceskosten.