ECLI:NL:CRVB:2009:BK5969
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging berekening dagloon bij WGA-uitkering met vakantiebonnen
De zaak betreft het hoger beroep van de erven van betrokkene tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht over de berekening van het dagloon voor een loongerelateerde werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA-uitkering).
Het UWV had het dagloon vastgesteld op €128,26, waarbij het alleen de belaste waarde van de vakantiebonnen had meegenomen, niet de volledige nominale waarde. Appellanten stelden dat de berekening onjuist was omdat niet de bedragen waren meegenomen die betrokkene aan loon en vakantiebijslag had opgebouwd.
De Raad oordeelde dat het UWV conform artikel 13 van Pro de WIA en het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen juist had gehandeld door uit te gaan van het daadwerkelijk genoten premieplichtige loon. De regels omtrent vakantiebijslag en extra periodiek salaris zijn niet van toepassing op vakantiebonnen. Ook het gedeeltelijk buiten beschouwing laten van de waarde van vakantiebonnen is geen grond voor afwijking van het Besluit.
Daarom bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. De proceskosten werden niet aan appellanten opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht alleen de belaste waarde van vakantiebonnen heeft meegenomen bij de berekening van het dagloon voor de WGA-uitkering.