ECLI:NL:CRVB:2009:BK5647
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding bankrekening
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en had naast de bekende bankrekening een andere bankrekening bij een Nederlandse bank. Het College ontdekte dit via een signaal van de Belastingdienst en startte een onderzoek. Het College besloot de bijstand over een bepaalde periode in te trekken en de kosten terug te vorderen omdat appellant deze rekening verzweeg en onduidelijkheid bestond over de geldstromen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij de rekening aanvankelijk was vergeten en deze later in bruikleen had gegeven aan een bedrijf waar hij als adviseur optrad. De Raad oordeelde echter dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij geen beschikking had over deze rekening.
De Raad stelde vast dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden door de rekening niet te melden. Omdat er geen afdoende duidelijkheid was over de transacties via deze rekening, kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Het College was daarom bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-melding van een bankrekening wordt bevestigd.