ECLI:NL:CRVB:2009:BK5303
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens pensioenuitkering zoon
Appellante ontving bijstand volgens de Wet werk en bijstand (WWB) en het College herzag haar bijstandsuitkering over meerdere perioden vanwege pensioenuitkeringen van haar zoon. Het College vorderde terugbetaling van bijstandskosten over de periode september 2003 tot maart 2006. De rechtbank stelde dat het College terecht had herzien en teruggevorderd, maar de Centrale Raad van Beroep constateert dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat de herziening gehandhaafd bleef terwijl het College deze had laten vervallen.
De Raad oordeelt dat het College niet bevoegd was tot terugvordering over december 2005 omdat het pensioen toen al was verrekend. Voor de maanden januari 2005 tot en met maart 2006 kan geen terugvordering plaatsvinden op grond van ‘naderhand’ verkregen middelen omdat het pensioen tijdig werd betaald. Voor de periode februari 2004 tot en met december 2004 ontbreken gegevens over het moment van beschikking over het pensioen, waardoor terugvordering niet kan worden gebaseerd op naderhand verkregen middelen.
De Raad beveelt het College aan opnieuw te beslissen over het bezwaar van appellante en stelt dat het College bij de nadere besluitvorming rekening moet houden met de melding van appellante dat een pensioenuitkering per abuis naar een verkeerde rekening was overgemaakt. De Raad oordeelt dat het College niet bevoegd is de bijstand over september 2003 tot en met januari 2004 te herzien, maar wel bevoegd is tot terugvordering over die maanden indien de uitkering later werd ontvangen.
Verder moet het College afzien van brutering van de terugvordering en aandacht besteden aan eventuele schadevergoeding. Het verzoek van appellante tot schadevergoeding wordt niet toegewezen vanwege onvoldoende inzicht in de schade. De Raad veroordeelt het College in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover het het beroep ongegrond verklaart en beveelt het College tot hernieuwde besluitvorming over de terugvordering van bijstand.