ECLI:NL:CRVB:2009:BK5169
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in WAO-procedures
Betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Amsterdam over zijn WAO-uitkering. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat in twee procedures de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, is overschreden. De eerste procedure duurde ruim zes jaar, de tweede ruim vier jaar.
De Staat erkende de overschrijding, maar vond dat betrokkene geen vergoeding voor immateriële schade toekwam omdat de overschrijding in de rechterlijke fase minder dan een half jaar bedroeg. Het UWV erkende eveneens de overschrijding en bood een vergoeding van € 2.500 aan.
De Raad oordeelde dat de overschrijding in de eerste procedure neerkomt op ruim drie jaar en in de rechterlijke fase op acht maanden, wat leidt tot een vergoeding van € 3.500. Hiervan komt € 1.000 voor rekening van de Staat en € 2.500 voor het UWV. De Raad veroordeelde beide partijen tevens tot betaling van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Staat en het UWV worden veroordeeld tot betaling van in totaal € 3.500 schadevergoeding en € 322 proceskosten aan betrokkene wegens overschrijding van de redelijke termijn.