ECLI:NL:CRVB:2009:BK5145
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatstelijk werkzaam als schoonmaakster, vroeg een WIA-uitkering aan vanwege fysieke en psychische klachten. Het UWV stelde bij besluit van 12 mei 2006 vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waardoor zij geen recht had op een uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit grotendeels ongegrond en oordeelde dat het besluit op een voldoende medische en arbeidskundige grondslag berustte. Appellante ging in hoger beroep en voerde aan dat haar beperkingen waren onderschat en dat de functies waarin haar belastbaarheid werd getoetst niet passend waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV een zorgvuldig onderzoek had verricht, waarbij ook informatie van de behandelend psychiater was betrokken. De Raad vond de rapporten van de bezwaarverzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen voldoende gemotiveerd en zag geen reden om het oordeel van het UWV te wijzigen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.