ECLI:NL:CRVB:2009:BK4835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd wegens aanhoudende nek-, schouder- en polsklachten. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij geen recht had op een uitkering. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde op basis van dossieronderzoek en beschikbare medische gegevens dat er geen aanleiding was tot nader onderzoek of benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de arbeidskundige grondslag voldoende was gemotiveerd. In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren over de onzorgvuldigheid van het medisch onderzoek en de onvoldoende gemotiveerde arbeidskundige beoordeling.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde dat de bezwaarverzekeringsarts terecht niet alle beperkingen van de bedrijfsarts één op één hoefde over te nemen in de Functionele Mogelijkheden Lijst. Ook de aanvullende medische informatie bracht geen ander licht op de situatie. Het UWV motiveerde voldoende waarom de genoemde functies passend waren.
De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.