ECLI:NL:CRVB:2009:BK4263
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- A.B.J. van der Ham
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens bezit onroerend goed in Turkije
Appellanten ontvingen sinds 1998 bijstand op grond van de WWB. Na onderzoek door het Internationale Bureau Fraude-Informatie en de Sociale Recherche bleek dat zij beschikten over drie percelen bouwgrond in Turkije met een aanzienlijke waarde, wat hun recht op bijstand uitsloot. Het College trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug.
Appellanten voerden aan dat één perceel feitelijk eigendom was van hun kinderen, maar konden dit niet met voldoende controleerbare documenten onderbouwen. De verklaringen van de kinderen en derden werden als onvoldoende betrouwbaar beoordeeld. Bovendien hadden appellanten niet voldaan aan hun inlichtingenplicht door het bezit van deze percelen niet te melden.
De Raad oordeelde dat het bewijsprobleem voor rekening van appellanten kwam en dat het College terecht de bijstand introk en terugvorderde. Het beleid van het College om inlichtingenverzuim te sanctioneren werd als redelijk beoordeeld. De hoger beroepen werden ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand aan appellanten wegens het bezit van onroerend goed in Turkije wordt bevestigd.