ECLI:NL:CRVB:2009:BK4102
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens benutbare arbeidsmogelijkheden
Appellante ontving sinds 1991 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid na uitval door depressie. In 2006 heeft het UWV de uitkering ingetrokken op grond van benutbare arbeidsmogelijkheden die het verlies aan verdienvermogen beperken tot minder dan 15%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond, waarbij zij het oordeel van een onafhankelijke internist-allergoloog volgde. In hoger beroep betoogde appellante dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat de maatman onjuist was vastgesteld, onder meer omdat zij structureel meer uren werkte dan aangenomen.
De Raad volgde het oordeel van de rechtbank en het UWV, waarbij het oordeel van de onafhankelijke deskundige als doorslaggevend werd beschouwd. De Raad oordeelde dat de gehanteerde maatman terug te voeren is op keuzes van appellante en haar echtgenoot, en dat het feit dat deze keuzes minder gunstig uitpakken voor appellante daaraan niets afdoet.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees toepassing van artikel 8:75 Awb Pro af. De intrekking van de WAO-uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag.