ECLI:NL:CRVB:2009:BK4083
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad die het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen bevestigde, ondanks dat het beroep van appellant tegen het besluit van 19 december 2007 gegrond werd verklaard en het besluit vernietigd werd. De rechtbank had vastgesteld dat het UWV bij de herberekening van de mate van arbeidsongeschiktheid onvoldoende rekening had gehouden met het feit dat appellant werkte in een functie van meer dan 38 uur per week, maar dit leidde niet tot een mate van arbeidsongeschiktheid boven de 35%.
De Raad heropende het onderzoek na constatering van onvolledigheid en ontving aanvullende stukken van beide partijen. Na beoordeling van de medische informatie, waaronder de aangepaste Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 22 februari 2007, concludeerde de Raad dat het onderzoek door de bezwaarverzekeringsartsen zorgvuldig en diepgaand was geweest. De Raad vond geen aanleiding om de belastbaarheid van appellant bij te stellen op basis van de WSW-indicatie of de aanvullende medische informatie van behandelaars.
De Raad oordeelde dat de voorgestelde functies medisch geschikt zijn voor appellant en bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van een WIA-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid van appellant minder dan 35% bedraagt.