ECLI:NL:CRVB:2009:BK4062
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onzorgvuldige voorbereiding
Appellante, voormalig verkoopster, ontving sinds 1993 een WAO-uitkering vanwege een hersenkneuzing. Het UWV trok deze uitkering per 19 maart 2007 in, waarna appellante bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door een belangrijke medische rapportage van het Revalidatie Centrum Amsterdam (RCA) en haar reactie daarop niet af te wachten.
De Raad oordeelde dat het besluit inderdaad onzorgvuldig tot stand was gekomen en vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak. Desondanks stelde de Raad vast dat het UWV alsnog op de RCA-rapportage had gereageerd en dat de beperkingen van appellante voldoende waren meegewogen, inclusief aanpassingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst.
De Raad vond geen reden om aan te nemen dat de functies die voor appellante in aanmerking werden genomen ongeschikt waren. Daarom bleef de mate van arbeidsongeschiktheid onder de 15% en konden de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onzorgvuldige voorbereiding, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.