ECLI:NL:CRVB:2009:BK4038
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van oude WAO-beslissing
Appellant verzocht het Uwv om herziening van een besluit van 3 juni 1980, waarin zijn arbeidsongeschiktheid buiten aanmerking werd gelaten wegens het niet verschijnen op het spreekuur van de verzekeringsarts. Hij stelde dat hij de oproepingen niet ontving vanwege zijn verhuizing naar Duitsland en voegde (para-)medische verklaringen toe die volgens hem nieuwe feiten bevatten.
De Raad overwoog dat het besluit van 3 juni 1980 aan appellant bekend was en onherroepelijk vaststaat. Het verzoek tot herziening kon slechts worden toegewezen indien nieuwe feiten of veranderde omstandigheden werden aangevoerd, wat niet het geval was. De medische verklaringen waren voor de beoordeling niet van belang omdat het oorspronkelijke besluit op artikel 25 van Pro de WAO was gebaseerd.
Appellant kon zijn niet verschijnen op het spreekuur destijds in beroep aanvoeren, maar deed dat niet. De Raad concludeerde dat het Uwv terecht het verzoek tot herziening heeft afgewezen en dat het hoger beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van 3 juni 1980 blijft ongewijzigd.