ECLI:NL:CRVB:2009:BK3709
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering op grond van Schattingsbesluit na zorgvuldige herbeoordeling
Appellante, werkzaam als sterilisatieassistente, viel wegens rugklachten uit en ontving vanaf 2002 een WAO-uitkering. In het kader van het Schattingsbesluit werd zij in 2007 herbeoordeeld door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige, die concludeerden dat zij geschikt was voor arbeid binnen haar beperkingen. Het Uwv trok daarop haar uitkering per 27 mei 2007 in.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat het Schattingsbesluit in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en artikel 12 van Pro het Europees Sociaal Handvest, omdat het onvoldoende realiteitswaarde zou hebben en niet kan garanderen dat functies in alle regio’s beschikbaar zijn. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De Raad overweegt dat het Schattingsbesluit een voldoende reëel karakter heeft en dat er geen feiten zijn die wijzen op een individuele en buitensporige last voor appellante. Tevens is het beroep op het Europees Sociaal Handvest niet toewijsbaar omdat dit verdrag geen directe werking heeft in de nationale rechtsorde. De Raad acht de medische en arbeidskundige onderzoeken zorgvuldig en sluit aan bij de bevindingen van de rechtbank.
Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking van de WAO-uitkering blijft van kracht. Er zijn geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd.