ECLI:NL:CRVB:2010:BN1789
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende passende functies
Appellante, arbeidsongeschikt sinds 1995, kreeg een WAO-uitkering die in 2007 werd herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Het UWV baseerde dit op een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en een schatting van het verlies aan verdienvermogen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het herzieningsbesluit ongegrond, waarbij zij de medische onderbouwing en de geschiktheid van de functies aannam.
In hoger beroep betwistte appellante de medische beoordeling en de realiteitswaarde van de schatting van passende functies. De Raad stelde vast dat de medische gegevens geen aanleiding gaven voor zwaardere beperkingen en bevestigde de FML. Wel concludeerde de Raad dat onvoldoende functies resteren die voldoen aan de vereisten van het Schattingsbesluit, met name het criterium dat functies vertreden en afwisseling bij zitten moeten toestaan.
Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak voor zover het beroep ongegrond werd verklaard. Het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij het waarschijnlijk zal moeten vaststellen dat geen theoretische schatting mogelijk is. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende passende functies en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.