ECLI:NL:CRVB:2009:BK3367
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen afwijzing WIA-uitkering wegens termijnoverschrijding
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om geen recht op een WIA-uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het bezwaarschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken was ingediend en deze termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de rechtbank niet zorgvuldig had gehandeld door de ontvankelijkheid pas laat in de procedure ter zitting aan de orde te stellen en dat haar psychische en sociale problemen de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten. Tevens stelde zij dat het UWV het risico droeg omdat het in het bezwaarbesluit melding maakte van een verschoonbare termijnoverschrijding.
De Raad overwoog dat de ontvankelijkheid een openbare orde kwestie is die ambtshalve wordt getoetst en dat het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts niet bindend is. De Raad vond dat de rechtbank partijen tijdig had geïnformeerd over de ontvankelijkheidskwestie en dat appellante geen verzoek tot schorsing of aanhouding had gedaan. Ook bleek uit de medische stukken niet dat appellante door haar psychische toestand niet in staat was tijdig bezwaar in te dienen, al dan niet via hulpverleners.
De Raad concludeerde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en dat het hoger beroep daarom niet kon slagen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van de WIA-uitkering is niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.