ECLI:NL:CRVB:2009:BK3352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WGA-uitkering ondanks betwisting medische beperkingen
Appellante werkte parttime als bakkerijmedewerkster en meldde zich ziek met fibromyalgie. Het UWV kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe per 10 januari 2006, gebaseerd op een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) waarin forse beperkingen waren opgenomen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen ernstiger waren dan in de FML vermeld en dat het UWV onterecht het verzekeringsgeneeskundig protocol chronisch vermoeidheidssyndroom negeerde. Tevens stelde zij dat de rechtbank onjuist stukken accepteerde buiten de wettelijke termijn.
De Raad oordeelde dat de medische gegevens van appellante geen ernstiger beperkingen aantonen dan in de FML zijn opgenomen en dat haar subjectieve klachtenbeleving geen grond vormt voor verdere beperkingen. De geschiktheid van functies is voldoende toegelicht door de arbeidsdeskundige. Het verzekeringsgeneeskundig protocol was op de peildatum nog niet van kracht en appellante gaf er een verdergaande betekenis aan dan de Raad eerder aannam.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank Utrecht wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de toekenning van de WGA-uitkering wordt bevestigd.