ECLI:NL:CRVB:2009:BK3330
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing AOW-verzekering voor periode verblijf buitenland met bijstand
Appellant, geboren in 1939, woonde van januari 1998 tot oktober 1995 op de Filippijnen en ontving daar in bepaalde perioden bijstand op grond van de Algemene Bijstandswet (ABW). Bij terugkeer naar Nederland werd zijn AOW-pensioen vastgesteld op een lager percentage omdat hij in de geschilperiode niet verplicht verzekerd was volgens artikel 6 van Pro de AOW.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat hij tijdens zijn verblijf in het buitenland geen ingezetene van Nederland was en het middelpunt van zijn maatschappelijk leven niet in Nederland lag. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de relevante besluiten omtrent de kring van verzekerden bij de volksverzekeringen bijstand in het buitenland niet als grondslag voor verplichte verzekering erkennen.
Appellant stelde dat er sprake was van ongelijke behandeling ten opzichte van personen die in Nederland bijstand ontvingen en dat een hardheidsclausule toegepast moest worden. De Raad wijst dit af, aangezien AOW-verzekering gekoppeld is aan ingezetenschap en niet aan het ontvangen van bijstand, en de AOW geen hardheidsclausule kent. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen; appellant was tijdens verblijf op de Filippijnen niet verplicht verzekerd krachtens de AOW.