ECLI:NL:CRVB:2009:BK2655
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- A.T. de Kwaasteniet
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering door het UWV, waarbij zijn arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op 65 tot 80% in plaats van 80 tot 100%.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, waarbij zij oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) een juist beeld gaf van de beperkingen van appellant. De Raad onderschrijft dit oordeel en constateert dat de medische gegevens geen aanleiding geven voor een ander oordeel.
Op arbeidskundig vlak heeft appellant terecht betoogd dat het UWV het besluit pas in de beroepsfase van een volledige motivering heeft voorzien, conform de CBBS-jurisprudentie. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit, verklaart het beroep gegrond, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand.