ECLI:NL:CRVB:2009:BK1509
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Herziening en intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving vanaf 1998 bijstand en was hoofdhuurder van een woning waar hij kamers onderverhuurde zonder dit tijdig te melden. Het College stelde vast dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden en herzag en trok de bijstand in, met terugvordering van te veel ontvangen bedragen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant pas in 2005 openheid van zaken gaf en dat de schending van de inlichtingenverplichting over de periode 2002-2005 rechtvaardigde dat de bijstand werd herzien en teruggevorderd. De intrekking van de bijstand vanaf maart 2006 was echter onvoldoende gemotiveerd en werd vernietigd.
De Raad veroordeelde het College tot vergoeding van de proceskosten en rechtsbijstandkosten van appellant. Hiermee werd het beroep gegrond verklaard en werd het geschil definitief beslecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd en het herzieningsbesluit over de periode 2002-2005 wordt herroepen.