ECLI:NL:CRVB:2009:BK1268
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WW-uitkering wegens onjuiste urenopgave
Appellante ontving sinds februari 2005 een WW-uitkering gebaseerd op een arbeidsurenverlies van 32 uur per week. Zij werkte daarnaast via een stichting en gaf haar gewerkte uren door via werkbriefjes aan het UWV. Na controle van de werkgeversspecificaties stelde het UWV vast dat appellante meer uren had gewerkt dan opgegeven, waardoor zij minder werkloos was dan aangenomen.
Het UWV herzag de uitkering over de periode van 25 juli 2005 tot en met 10 september 2006 en vorderde een bedrag van €5.163,79 terug. Appellante maakte bezwaar, maar de rechtbank verklaarde dit ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht had gehandeld. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij haar uren te goeder trouw had opgegeven en dat de terugvordering gematigd moest worden, en stelde zij dat de specificatie van het terugvorderingsbedrag te laat was verstrekt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht uitging van de werkgeversspecificaties, omdat appellante deze niet gemotiveerd had bestreden. Het UWV had op grond van de WW het recht en de plicht om de uitkering te herzien en terug te vorderen. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Ook was de specificatie voldoende duidelijk en rechtvaardigde dit geen proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €5.163,79 wegens onjuiste urenopgave door appellante.