ECLI:NL:CRVB:2009:BK1253
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- G.A.J. van den Hurk
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding vanaf 1 oktober 2004
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder vanaf september 2003. Naar aanleiding van meldingen over samenwoning met appellant startte de sociale recherche een onderzoek. De bijstand werd aanvankelijk ingetrokken met terugwerkende kracht vanaf november 2003, maar dit besluit werd herroepen wegens onvoldoende bewijs.
De rechtbank stelde vast dat vanaf 1 februari 2004 sprake was van gezamenlijke huishouding, waarop het College de intrekking en terugvordering baseerde. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de onderzoeksbevindingen onvoldoende zijn om vanaf die datum van gezamenlijke huishouding uit te gaan. Pas vanaf oktober 2004 is dit aannemelijk, mede door een door appellante ondertekende verklaring.
De Raad vernietigt het eerdere besluit voor zover het intrekking en terugvordering vanaf februari 2004 toestaat en bepaalt dat de intrekking pas vanaf 1 oktober 2004 ingaat. Het College moet een nieuw besluit nemen over de terugvordering van kosten vanaf die datum. Tevens wordt het College veroordeeld in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Intrekking en terugvordering van bijstand gaan in op 1 oktober 2004, eerdere datum wordt vernietigd.