ECLI:NL:CRVB:2009:BK0948
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht bij autotransacties
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB en hadden naast een Ford Transit bestelbus gedurende korte perioden vier andere auto's op hun naam staan, die zij niet aan het College hadden gemeld. Het College trok de bijstand over de maanden maart 2002, april 2004, mei 2004 en januari 2005 in wegens schending van de inlichtingenplicht en vorderde de kosten van de ten onrechte ontvangen bijstand terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, maar liet onbesproken de vergoeding van kosten die appellanten hadden gemaakt in bezwaar en beroep. De Centrale Raad van Beroep vernietigt dit deel van de uitspraak en veroordeelt het College tot vergoeding van deze kosten.
De Raad oordeelt dat appellanten onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat met de autotransacties geen inkomsten zijn verworven en dat de situatie van hun zieke kind geen dringende reden vormt om af te zien van intrekking of terugvordering. Tevens stelt de Raad dat het College de invordering van de kosten niet in overeenstemming met de beslagvrije voet heeft vastgesteld en beveelt een nieuw besluit op bezwaar.
De Raad bevestigt verder dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en de kosten terug te vorderen. Tot slot veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellanten voor bezwaar en beroep.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand over de genoemde maanden wordt bevestigd, het College wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.