ECLI:NL:CRVB:2009:BK0726
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring bezwaar tegen schadevergoeding wegens vermelding psychische problemen in bijstandsdossier
Appellant ontving vanaf 1997 met tussenpozen bijstand en stond in 1999 in het dossier van de gemeentelijke afdeling Toeleiding en Analyse vermeld als persoon met psychische problemen. Hij vorderde immateriële schadevergoeding van €1.500 wegens deze vermelding. Het College van burgemeester en wethouders wees dit verzoek af. Appellant maakte bezwaar en ging in hoger beroep tegen de afwijzing.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de relevante wetgeving ten tijde van de vermeende schadeoorzaak de Algemene bijstandswet (Abw) was. Artikel 111 van Pro de Abw verplichtte het College om bijstandsgerechtigden te begeleiden naar zelfstandige bestaansvoorziening, maar deze zorgplicht is geen verplichting verbonden aan het besluit tot verlening van bijstand. Het opnemen van de gewraakte zinsnede in het rapport werd niet gezien als een handeling die afwijkt van het besluit tot bijstandsverlening.
Daarom stonden de rechtsmiddelen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) tegen deze handeling niet open. Bovendien geldt volgens vaste rechtspraak dat alleen tegen besluiten bezwaar en beroep openstaan indien er een rechtstreeks verband is tussen het besluit en de schadeoorzaak. Dit was hier niet het geval. Het bezwaar werd daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep ongegrond verklaard. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant tegen de afwijzing van zijn schadevergoedingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat de vermeende schadeoorzaak geen besluit is waartegen bezwaar openstaat.