ECLI:NL:CRVB:2009:BK0584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens ondeugdelijke medische grondslag
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, heeft hoger beroep ingesteld tegen de vernietiging door de rechtbank van het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering van betrokkene. De rechtbank had het besluit vernietigd omdat de verzekeringsarts geen deskundige had geraadpleegd ondanks de aard en ernst van de aandoeningen.
De Raad oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts louter op eigen onderzoek en waarneming hebben geconcludeerd dat geen sprake meer is van ernstig persoonlijk en sociaal disfunctioneren, terwijl de behandelend psychiater een chronische psychische stoornis vaststelde. De Raad benadrukt dat het oordeel van de rechtbank niet onbegrijpelijk of rechtens onjuist is.
Verder stelt de Raad dat het primair aan de verzekeringsarts is om medische beperkingen vast te leggen en te beoordelen of een medische expertise noodzakelijk is, met inachtneming van het zorgvuldigheidsbeginsel uit de Awb. De Raad bevestigt de vernietiging van het besluit en legt griffierecht op aan appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wegens ondeugdelijke medische onderbouwing.