ECLI:NL:CRVB:2009:BK0556
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid na medisch en arbeidskundig onderzoek
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen het besluit van het UWV tot verlaging van zijn WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. De rechtbank had het besluit vernietigd vanwege een onvoldoende motivering van het UWV, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten.
In hoger beroep stelde appellant zowel de medische als arbeidskundige beoordeling ter discussie, onder meer over het verzekeringsgeneeskundig onderzoek, de omvang van de urenbeperking, de geschiktheid van functies en de berekening van het maatmaninkomen. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek deugdelijk was uitgevoerd, inclusief een uitgebreide anamnese en pogingen tot informatie-uitwisseling met de huisarts.
De urenbeperking van circa 8 uur per dag werd voldoende onderbouwd, waarbij rekening werd gehouden met de aard en omvang van de werkzaamheden van appellant. De overschrijding van normaalwaarden in functies werd beoordeeld aan de hand van de overtuigingskracht van de toelichting, waarbij de Raad geen reden zag om de geschiktheid van de functies te betwijfelen.
Ook werd vastgesteld dat appellant voldoet aan de opleidingseis voor de functie van houtwarensamensteller, en dat het maatmaninkomen correct is vastgesteld ondanks kleine verschillen in gebruikte indexcijfers. Ten slotte is geen rechtsregel die het UWV verhindert om een op zichzelf juist besluit te voorzien van aanvullende motivering na het instellen van beroep. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid op basis van deugdelijk onderzoek en juiste vaststelling van het maatmaninkomen.