ECLI:NL:CRVB:2009:BK0548
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige beperkingen
Appellant viel sinds januari 2005 uit wegens rug- en hartklachten en verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV stelde op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Het bezwaar werd ongegrond verklaard door het UWV en de rechtbank.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat zijn beperkingen groter zijn, met name op het gebied van zitten, staan en lopen, en dat hij vanwege medicijngebruik duizeligheden ervaart die binnenwerkzaamheden onmogelijk maken. Hij verwees ook naar een psychologisch rapport dat een verslechtering bij binnenwerkzaamheden voorspelde.
De Raad oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig en uitgebreid was, waarbij ook informatie van behandelend artsen was betrokken. Er waren geen objectief-medische aanwijzingen om de beperkingen van appellant te onderschatten, noch voor de vermeende duizeligheidsklachten. De psychologische prognose was subjectief en niet onderbouwd met een psychische aandoening. De Raad achtte aannemelijk dat appellant in staat was de werkzaamheden te verrichten die aan de schatting ten grondslag lagen.
Daarom werd het bestreden besluit bevestigd en de weigering van de WIA-uitkering gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige beperkingen.