ECLI:NL:CRVB:2009:BK0477
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging maatregel op toegekende bijzondere bijstand wegens onrechtmatigheid
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de WWB, maar het College stelde haar aanvraag buiten behandeling wegens het niet tijdig aanleveren van gevraagde gegevens. Later werd bijstand toegekend vanaf de datum waarop de gegevens alsnog werden verstrekt. Appellante vroeg ook bijzondere bijstand aan voor kosten van rechtsbijstand, waarvan vier nota’s werden afgewezen vanwege vermeende financiële draagkracht. Voor één nota werd bijzondere bijstand toegekend, maar met een maatregel van 100% verlaging vanwege een verwijtbare gedraging.
De Raad oordeelde dat appellante in de periode waarvoor bijstand werd geweigerd een WW-uitkering ontving die hoger was dan de bijstandsnorm, waardoor geen recht op bijstand bestond. De afwijzing van bijzondere bijstand voor vier nota’s was terecht omdat appellante de kosten kon voldoen uit haar draagkracht. De oplegging van een maatregel op de toegekende bijzondere bijstand voor de vijfde nota was echter onrechtmatig, omdat de noodzaak van de kosten vaststond en het College ten onrechte een oordeel gaf over de noodzakelijkheid van de kosten.
De Raad vernietigde het besluit tot oplegging van de maatregel en herroept het besluit voor zover het die maatregel betreft. Tevens veroordeelde de Raad het College in de proceskosten van appellante en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De maatregel van 100% verlaging op toegekende bijzondere bijstand wordt vernietigd en het College wordt veroordeeld in de proceskosten.