ECLI:NL:CRVB:2009:BK0404
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering ondanks woonplaatsgebrek en verrekening
Appellant ontving bijstand over de periode van 31 juli 2003 tot en met 30 april 2004. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage herzag deze bijstand vanwege een nagekomen loonbetaling en vorderde de kosten van bijstand terug op grond van artikel 58, eerste lid, aanhef en onder f, van de WWB.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het feit dat appellant slechts een bijstandsuitkering ontvangt en geen vaste verblijfplaats heeft, geen dringende reden vormt om van terugvordering af te zien. Tevens hoefde het College geen rekening te houden met bedragen die op de bijstandsuitkering zijn ingehouden ter aflossing van een schuld.
In hoger beroep bestreed appellant deze oordelen, maar de Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank. De Raad benadrukte dat de financiële gevolgen van terugvordering pas optreden bij daadwerkelijke invordering en dat appellant als schuldenaar beschermd wordt door de regels over de beslagvrije voet. De Raad bevestigde dat het College terecht de normbedragen als uitgangspunt nam en geen rekening hoefde te houden met de feitelijke lagere uitbetaling door verrekening.
De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De terugvordering van bijstand wordt bevestigd ondanks het ontbreken van een vaste verblijfplaats en verrekening met een schuld.