ECLI:NL:CRVB:2009:BK0330
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing algemene en bijzondere bijstand wegens onvoldoende zorgvuldigheid en motivering
Appellant ontving tot december 2004 bijstand, waarna het College van Amsterdam de bijstand introk en latere aanvragen om algemene en bijzondere bijstand buiten behandeling stelde. Na diverse bezwaarprocedures en eerdere vernietigingen door de rechtbank, wees het College op 3 juni 2008 opnieuw de aanvragen af wegens het niet verstrekken van informatie over woon- en leefsituatie en omdat de huurschuld niet meer bedreigend was.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat het College de beoordelingsperiode ten onrechte had beperkt tot de datum van het eerste besluit en niet de volledige periode tot het moment van hernieuwde bijstandverlening had betrokken. Tevens ontbrak een zorgvuldige beoordeling of appellant beschikte over middelen om in noodzakelijke kosten te voorzien bij de aanvraag bijzondere bijstand.
De Raad vernietigde daarom het besluit van 3 juni 2008 voor zover het de afwijzing van algemene en bijzondere bijstand betreft en bepaalde dat het College een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van de uitspraak. Het verzoek om schadevergoeding werd niet toegewezen omdat eerst nadere besluitvorming nodig is. Het betaalde griffierecht wordt aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit van 3 juni 2008 wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.