ECLI:NL:CRVB:2009:BK0256
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht bij export auto’s
Appellant ontving bijstand van november 1999 tot oktober 2006. Uit onderzoek bleek dat tussen mei 2003 en september 2005 elf auto’s en een aanhanger op zijn naam stonden geregistreerd, die hij aan derden overdroeg voor export naar Irak. Appellant erkende ter zitting dat hij dit niet aan het College had gemeld, waarmee hij zijn inlichtingenplicht schond.
Het College trok de bijstand over de betreffende maanden in en vorderde de kosten terug, omdat appellant geen inzicht gaf in de inkomsten uit deze transacties. Appellant voerde aan dat het om familiediensten ging zonder inkomsten, maar de Raad oordeelde dat gezien het aantal transacties en de organisatie ervan aannemelijk was dat er inkomsten waren.
De Raad stelde vast dat door het ontbreken van administratie en controleerbare gegevens het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het College handelde binnen zijn bevoegdheid en beleid. Ook medische omstandigheden van appellant gaven geen aanleiding tot afwijking van het beleid.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen reden voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht door appellant.