ECLI:NL:CRVB:2009:BK0207
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandelingstelling aanvraag bijzondere bijstand wegens ontbreken gegevens
Appellante diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) voor kosten van rechtshulp en griffierecht. Het College verzocht haar meerdere malen om aanvullende bewijsstukken, waaronder inkomstenbewijzen en bankafschriften, maar appellante leverde deze niet binnen de gestelde termijnen aan.
Het College stelde daarop de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij niet tijdig over de gevraagde gegevens kon beschikken en verzocht zij tevens om schadevergoeding.
De Raad oordeelde dat het College de aanvraag terecht buiten behandeling heeft gesteld omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij redelijkerwijs niet over de benodigde gegevens kon beschikken binnen de gestelde termijnen. Ook was appellante niet geslaagd in haar stelling dat zij tijdig om uitstel had verzocht. Het hoger beroep werd daarom verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand wordt terecht buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig aanleveren van benodigde gegevens; het hoger beroep wordt verworpen.