ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9990
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen herziening WAO-uitkering met terugwerkende kracht en arbeidskundige beoordeling
Appellant, werkzaam als timmerman, ontving sinds 1994 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Het Uwv herzag in 2004 met terugwerkende kracht de uitkering op grond van artikel 44 van Pro de WAO, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd aangepast en de toepassing van anticumulatie werd beëindigd.
Appellant en zijn werkgever (appellante) maakten bezwaar tegen deze besluiten. De rechtbank verwierp de bezwaren tegen besluiten I en II, maar vernietigde het arbeidskundige gedeelte van besluit III wegens onvoldoende motivering. Het Uwv ging in hoger beroep tegen deze vernietiging.
De Raad oordeelt dat de herziening met terugwerkende kracht in dit uitzonderingsgeval gerechtvaardigd is en dat de anticumulatie correct is toegepast. De medische beoordeling van besluit III wordt bevestigd, maar de arbeidskundige motivering was onvoldoende. Na aanvullende motivering in hoger beroep vernietigt de Raad het bestreden besluit voor het arbeidskundige deel van besluit III, maar laat de rechtsgevolgen daarvan intact. Tevens veroordeelt de Raad het Uwv in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd voor het arbeidskundige deel van besluit III, de overige rechtsgevolgen blijven in stand en het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten.