ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9622
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering heropening Wajong-uitkering na foutief besluit herstel
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om zijn Wajong-uitkering per 18 juni 2004 niet te heropenen. Aanvankelijk had het UWV bij besluit van 8 maart 2007 de uitkering heropend, maar dit besluit werd op 11 april 2007 ongedaan gemaakt omdat het heropeningsbesluit foutief was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV deze fout mocht herstellen, mits de algemene beginselen van behoorlijk bestuur niet worden geschonden. In deze zaak is niet gebleken dat appellant schade heeft geleden door het herstel van de fout. Appellant voerde aan dat anderen in vergelijkbare situaties wel tot heropening waren overgegaan, maar dit was onvoldoende onderbouwd.
De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank Groningen, die het beroep ongegrond verklaarde. De rechtbank wees erop dat de schorsing van de uitkering verband hield met detentie en dat de opname in een TBS-kliniek gelijkgesteld wordt met detentie, waardoor heropening niet aan de orde was. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van heropening van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.