ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9365
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Herroeping onjuiste besluiten UWV en toekenning schadevergoeding WW-uitkering
In deze zaak stond de beoordeling van besluiten van het UWV over de omvang van de WW-uitkering van betrokkene per 23 april 2007 centraal. De Raad bevestigde eerdere uitspraken waarin werd vastgesteld dat het UWV ten onrechte de WW-uitkering volledig had beëindigd en dat het standpunt van het UWV inmiddels was gewijzigd naar een uitkering van één uur per week.
De Raad constateerde dat het UWV in strijd met artikel 6:18, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) nieuwe besluiten niet of te laat bekendmaakte, waardoor de rechtbank bepaalde besluiten ten onrechte niet in de procedure betrok. Dit leidde tot afzonderlijke uitspraken. Gelet op deze feiten herroept de Raad de besluiten van 3 en 9 mei 2007.
Daarnaast oordeelde de Raad dat het UWV onterecht de WW-uitkering per 23 april 2007 had ingetrokken en veroordeelde het UWV tot vergoeding van wettelijke rente over de te laat betaalde uitkering. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van betrokkene, begroot op € 322.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 september 2009, waarbij het hoger beroep van het UWV tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem werd behandeld.
Uitkomst: De Raad herroept onjuiste besluiten van het UWV, bevestigt de rest van de uitspraak, en veroordeelt het UWV tot schadevergoeding en proceskosten.