ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9160
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WAO-uitkering en afwijzing beroep op dubbele verrekening
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen de terugvordering van een bedrag van €41.495 aan onverschuldigde WAO-uitkering door het Uwv. Eerder had de rechtbank het beroep van appellant ongegrond verklaard, maar de Raad vernietigde een eerdere uitspraak wegens onvoldoende motivering van het terugvorderingsbedrag.
Het Uwv stelde na een nieuwe beslissing het terug te vorderen bedrag vast op €41.495 en de aflossingscapaciteit op €1.444,34 per maand. Appellant voerde aan dat het bedrag onduidelijk was en dat sprake was van dubbele verrekening, evenals bezwaren tegen de hoogte van de aflossingscapaciteit en verrekening van een proceskostenvergoeding.
Tijdens de zitting trok het Uwv het besluit over de aflossingscapaciteit in, zodat de Raad alleen de rechtmatigheid van de terugvordering van €41.495 hoefde te beoordelen. De Raad concludeerde dat de berekening juist was en dat er geen sprake was van dubbele verrekening. Het beroep op verjaring werd verworpen wegens onvoldoende onderbouwing.
De Raad bevestigde daarmee de aangevallen uitspraak voor zover die de terugvordering betrof en veroordeelde het Uwv tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De terugvordering van €41.495 aan onverschuldigde WAO-uitkering wordt bevestigd en het beroep op dubbele verrekening en verjaring wordt verworpen.