ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8728
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid op 18-jarige leeftijd
Appellante verzocht het UWV om een Wajong-uitkering wegens ernstige psychische klachten. Het UWV wees dit verzoek af omdat zij sinds haar 17e verjaardag niet onafgebroken arbeidsongeschikt was en vanaf haar 18e verjaardag minder dan 25% arbeidsongeschikt was volgens de toen geldende AAW-regelgeving.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, mede vanwege bewijsproblemen door de late aanvraag. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij ontheven was van de sollicitatieplicht op grond van medische en sociale beperkingen, maar de Raad volgde het oordeel van de verzekeringsartsen dat onvoldoende medische onderbouwing bestond voor arbeidsongeschiktheid op het relevante tijdstip.
De Raad benadrukte dat aanspraken beoordeeld moeten worden naar de regelgeving die gold op het moment van de aanspraak, hier de AAW-regelgeving bij het bereiken van de 18-jarige leeftijd. De medische gegevens dateren van na 2000 en bieden geen voldoende zekerheid voor retrospectieve arbeidsongeschiktheid. Daarom is de weigering van het UWV om een Wajong-uitkering toe te kennen terecht.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees proceskostenveroordeling af. Tevens werd opgemerkt dat de AAW per 1 januari 1998 is ingetrokken, waardoor het besluit van 7 juni 2007 moet worden gelezen als een weigering van een Wajong-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om appellante een Wajong-uitkering toe te kennen wegens onvoldoende bewijs van arbeidsongeschiktheid op haar 18e verjaardag.