ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8410
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering WAJONG-uitkering bevestigd wegens onvoldoende beperkingen op beoordelingsmoment
Betrokkene vroeg op 16 december 2005 een WAJONG-uitkering aan, welke werd geweigerd omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die de eerdere intrekking van zijn WAO-uitkering in 2003 onjuist maakten. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat betrokkene niet in aanmerking kwam voor WAJONG, mede omdat hij tot zijn 25e jaar regulier had gewerkt tegen normale loonwaarde.
De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard op basis van een deskundigenrapport dat beperkingen door PDD-NOS reeds op 17-jarige leeftijd bestonden, en dat betrokkene alleen kon werken dankzij speciale begeleiding. In hoger beroep stelde het UWV dat de medische situatie op 17 en 18-jarige leeftijd minder ernstig was dan later.
De Raad stelde dat de medische situatie op het moment van eerste arbeidsongeschiktheid niet met zekerheid kan worden vastgesteld, wat voor rekening van betrokkene komt. Uit rapportages bleek dat de beperkingen zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 2003 ook op 17-jarige leeftijd golden. Werkgeversverklaringen toonden aan dat betrokkene zelfstandig en naar behoren kon functioneren binnen zijn beperkingen.
De Raad concludeerde dat betrokkene in staat was passend werk tegen minimumloon te verrichten en dat het bestreden besluit terecht was genomen. Het hoger beroep van betrokkene werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAJONG-uitkering bevestigd.