ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7906
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening studiefinanciering EU-student zonder recht op volledige beurs wegens onvoldoende arbeid en verblijf
Betrokkene, een Belgische student, vroeg studiefinanciering aan voor een opleiding in Nederland. Aanvankelijk werd studiefinanciering toegekend op basis van de veronderstelling dat hij communautair werknemer was, omdat hij een arbeidscontract had voor 32 uur per maand. Na controle bleek dat hij in de maanden september tot en met december 2001 minder dan 32 uur per maand werkte, waarop de toekenning werd herzien en teruggevorderd.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene wel recht had op studiefinanciering omdat hij reële arbeid had verricht. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en bevestigt dat het 32-urencriterium terecht is toegepast, mede gelet op het arrest Förster van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. Ook de verblijfsduurvoorwaarde van vijf jaar wordt geaccepteerd.
De Raad oordeelt dat appellante bevoegd was tot herziening, maar niet om de eerdere toekenning volledig ongedaan te maken. De eerdere beslissing wordt vernietigd en appellante moet een nieuw besluit nemen. Tevens wordt een overschrijding van de redelijke termijn vastgesteld, waarvoor het onderzoek wordt heropend en de minister van Justitie als partij wordt aangewezen. Appellante wordt veroordeeld in de proceskosten van € 2.254.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt eerdere besluiten en beveelt een nieuw besluit met inachtneming van het arrest, wijst proceskosten toe en heropent onderzoek naar schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.