ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7863
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R. Kooper
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemeld vermogen
Appellante ontving sinds 1998 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een melding van de Belastingdienst over meerdere bankrekeningen op naam van appellante, stelde het College een onderzoek in. Het College besloot de bijstand over de periode 1998-2005 te herzien en terug te vorderen wegens niet-melding van drie Fortis Bank-rekeningen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante deels gegrond en bepaalde dat het College een nieuw besluit moest nemen. In hoger beroep betoogde appellante dat zij geen beschikking had over twee van de rekeningen, onder meer omdat zij één rekening in bruikleen had gegeven en niet op de hoogte was van een andere rekening.
De Raad oordeelde dat het feit dat een rekening op naam van appellante staat, de vooronderstelling rechtvaardigt dat het tegoed tot haar vermogen behoort. Appellante slaagde er niet in dit te weerleggen met concrete en verifieerbare bewijsstukken. Het College mocht daarom de bijstand herzien en terugvorderen. Dringende redenen om van terugvordering af te zien waren niet aanwezig.
De Raad bevestigde het besluit van het College van 31 maart 2008 tot herziening en terugvordering van € 20.317,80 over de periode 14 september 2001 tot en met 15 mei 2005. Het beroep tegen dit besluit werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.